Woensdag 21 november 2018
Twentesport

De Week: ‘We kijken bij DSVD al uit naar derby Borhave’

Geplaatst op 7 november 2018 door   ·   Geen reacties

DEURNINGEN – Sabine Booijink, geboren op 9 oktober 1990 in Almelo, opgegroeid in Vasse en tegenwoordig samenwonend in Borne, is keepster van de handbalvereniging Boer’n Trots Kaas DSVD uit Deurningen. Het team debuteert dit seizoen op het hoogste landelijke niveau, in de eredivisie. Dat gaat tot nu toe niet onaardig.

DSVD is de tweede Twentse club in de eredivisie, want Borhave uit Borne acteert al een paar jaar op dit niveau, maar staat voorlopig wel net onder de Deurningers. De volgende wedstrijd in Sporthal ‘t Hoge Vonder aan de Kerkweg is zaterdag 17 november de Twentse derby. Daarover straks meer, eerst even terug naar hoe het voor Sabine Booijink allemaal begon.

Hoe lang doe je al aan handbal en hoe ben je er bij gekomen?
‘Ik speel vanaf mijn zesde handbal omdat ik vaak ging kijken bij mijn zus die het ook deed. Tot mijn 21e heb ik altijd bij SV Vasse gespeeld, daarna ben ik naar DSVD gegaan, waar ik inmiddels al weer met mijn zevende seizoen bezig ben.’

Hoeveel uur per week besteden jullie aan handbal?
‘Als team trainen we zo’n acht uur per week. Daarnaast traint een deel van de selectie op maandag nog anderhalf uur uur extra en de meiden die in de Nederlandse selecties zitten hebben ook nog wekelijks de trainingen op Papendal.’

Hoe ziet een gemiddelde wedstrijddag eruit?
‘Dan ga ik uit van een thuiswedstrijd. Op de zaterdag heb ik tijd voor de dingen die in en rond om huis moeten gebeuren. Vaak ga ik overdag even het dorp in of ik ben bezig met het bakken van taarten. Ik ben iemand die slecht stil kan zitten, dus het werkt voor mij positief om overdag in de weer te zijn als ik ’s avonds moet spelen. We worden anderhalf uur voor de wedstrijd in de sporthal verwacht om voldoende tijd te hebben voor het omkleden, de fysio, de voorbespreking en de warming-up. Na de wedstrijd vinden we het als team belangrijk om nog even samen te zijn, dus drinken we nog wat met z’n allen in de kantine. En afhankelijk van de gezelligheid belanden we soms in de kroeg of de stad.’

Wat doe je naast het handballen?
‘Ik werk full time als facilitair manager bii Visschedijk. Daarnaast ben ik dol op het bakken van taarten en in het kader van een uit de hand gelopen hobby ben ik hier ook aardig wat uurtjes druk mee. Verder vind ik gezelligheid met mijn vriend Joost, familie en vriendinnen belangrijk.’

Eerlijk zeggen: is handbal echt zo gemeen als iedereen denkt?
‘Nou, met mijn positie als keepster heb ik daar natuurlijk minder mee te maken. Maar dat het soms een gemene sport is, kan ik niet ontkennen. Wel denk ik dat het afhankelijk is van de kwaliteit. Omdat we op ons niveau erg veel talentvolle speelsters hebben, is het vaak niet nodig om gemeen te zijn, maar natuurlijk wordt er ook bij ons nog wel eens geknepen of op iemands tenen gestaan om hiermee wat uit te lokken. Daarnaast denk ik dat het voor de buitenstaander ook gemeen lijkt omdat het een echte contactsport is.’

De vraag is al vaker gesteld, maar herhaling kan geen kwaad: hoe komt het volgens jou dat zoveel relatief kleine gemeenten in Twente zulke goede damessportteams op topniveau in huis hebben?
‘Ik denk dat het met meerdere facetten te maken heeft. Binnen Deurningen is handbal eigenlijk de enige sport die echt leeft voor meisjes, dus dan is de keuze al snel gemaakt. Daarnaast denk ik dat de dorpse clubs uit Twente het moeten hebben van de betrokkenheid, de nuchterheid en het teamgevoel, waardoor we kunnen winnen van teams met individueel betere speelsters. Als ik hoor dat speelsters van teams uit het westen allemaal individueel naar een wedstrijd reizen en dat de helft niet met elkaar praat, besef ik maar des te meer hoe belangrijk een hecht team is.’

Jullie verloren van Quintus met 23-40, kwestie van ‘maatje te groot’?
‘Klopt, in deze wedstrijd was het verschil met de top vier goed zichtbaar. We begonnen de wedstrijd overigens best goed, maar toen ze na tien minuten een tandje bij gingen schakelen merkten we het verschil, vooral in snelheid, omschakeling en doelpogingen. Het feit dat we voorgaande jaren al moeite hadden met hun opleidingsteam, zegt genoeg over het niveau van hun eerste selectie. Toch waren we oprecht tevreden met de 23 doelpunten die we gemaakt hebben. Er waren momenten bij dat we ze volledig het bos in stuurden en dat voelt tegen zo’n goede ploeg natuurlijk extra goed.’

Hoe leeft de wedstrijd tegen Borhave bij jullie en bij de club?
‘Dat is inderdaad een wedstrijd waar wij, en vele Twentenaren met ons, al lange tijd naar uit kijken. Wat een mooi affiche dat twee handbalteams, die volledig aan elkaar gewaagd zijn, in dezelfde regio op dit niveau spelen. Om ons heen horen we al veel enthousiaste handballiefhebbers die erbij willen zijn, waardoor we ons zelfs afvragen of het allemaal wel in de sporthal past.’

Laatste vraag: welke kaas van Boer’n Trots vind je lekkerder, die met honing of die met karamel?
‘Haha, goede vraag. Ik ben niet zo van de honing, dus ik ga voor de karamel. Maar één ding is zeker, we mogen ons in alle opzichten tevreden stellen met zo’n hoofdsponsor. Buiten het feit dat ze een enorme bijdrage leveren waardoor we op dit niveau kunnen handballen, hebben de meeste meiden denk ik nog nooit zoveel kaas gegeten als dit seizoen.’

Foto: Jaap van der Pijll

Delen is sportief

Reacties (0)




Archief