Zondag 17 februari 2019
Twentesport

Hardlopen en zo

Geplaatst op 22 januari 2019 door   ·   Geen reacties

U weet: de sportconsument raakt snel verveeld. Zeker, er zijn nog steeds zonderlingen die niets mooier vinden dan uren achtereen het snot voor de ogen te lopen. Of fietsen. Maar opvallend is dan, dat de gemiddelde leeftijd van die afzieners aan het stijgen is. Grijs en kalend voert de boventoon. De jeugd ziet ze hoofdschuddend richting einder zwoegen. Ondertussen melden deze snotneuzen zich bij fitnessclubs en bootcampinstructeurs.

De Atletiekunie heeft deze trend onderkend en rekruteert uit kring van trainers, die iets meer te bieden hebben dan uitvoerige instructies hoe het ene been voor het andere te zetten. Nee: zij laten lopers aan bars hangen, geven hun touwen om aan trekken, houten verhogingen om op en af te springen, medicijnballen waarmee de atleten smijten. Daar heb ik mij onlangs, te weten op Papendal, voor laten bijscholen. Nu ben ik, zeg ik zonder een zweem van bescheidenheid, redelijk algeheel ontwikkeld. In fysieke zin dan: in intellectueel opzicht is het tobben. Enfin, onder de begeesterende leiding van een voormalige polstokhoogspringkampioen (onthouden voor Scrabble) mocht ik met andere hardlooptrainers telkens 40 seconden intensief een oefening doen met allerlei basale voorwerpen als kisten, touwen, elastiek en een matje waar je op kon liggen. Vooral dat laatste simpele ding stond borg voor een langdurige herinnering in de zin van een week durende spierpijn. Wie niet dagelijks buikspieroefening doet, gaat pijnlijden op dat matje waarop wij op aanwijzingen van de ongewoon kleine polshoogchamp wat “crunches” gingen doen. Een oudere man, die als hardlooptrainer een generatie of drie de tricks&trucs van het betere rennen had bijgebracht, heb ik met enige moeite van dat matje kunnen rapen. Ik kreeg later een appje van deze sympathieke grijsaard. Hij had de overstap gemaakt naar een joules de boules-vereniging. Die kennen geen straffe warming-up.

Al met al was duidelijk: wie lopen wil, moet eerst een body hebben. Niet voor het strand, maar om fraai rechtop als een ballerina en lichtvoetig gelijk een antilope rennend over hete kolen te zijn. Daarvoor waren die oefeningen.

Je moet ergens beginnen, dus waren eerst mijn tamelijk belegen trimmers aan de beurt. Ik deed telkens voor wat de bedoeling was – heel even – en liet ze vervolgens het gehele parcours aan kittige oefeningen doen. Daarna gingen ze gewoon hardlopen.

Dat ging nog niet volgens het ballerina/antilope-principe, dus het zou een kwestie van lange adem worden. Dankzij het internet had ik gelukkig genoeg oefeningen tot in de tweede helft van deze eeuw. Daarmee dreef ik de stramme atleten tot het uiterste. Een enkeling vond het leuk, anderen deden werktuigelijk wat hen opgedragen werd – als ik gezegd had dat op bergschoenen hardlopen goed is voor het kuitenwerk hadden zij dat ook gedaan – en een substantieel deel ging naar een club waar ze alleen aan hardlopen deden.
Maar de jeugd liet het afweten. Misschien ben ik wel te oud.

Erik Endlich

Delen is sportief

Reacties (0)




Archief