Zondag 25 augustus 2019
Twentesport

Houdt het dan nooit op?

Geplaatst op 20 november 2018 door   ·   Geen reacties

Training geven is een vak, en zoals vaker met iets waarvoor je gestudeerd moet hebben: het dreigt een sleur te worden. Een looptrainer als deze jongen, om eens iemand te nemen, ontkomt niet aan de tredmolen van inlopen, oefeningen, kern 1 en 2, cooling down. Daarbij mag ik graag met ontspannen kout en humoristische oneliners aan sfeerbuilding te doen, maar mijn toch redelijk omvangrijk repertoire begint onderhand wat sleets te worden. Je krijgt dan het ergerlijke Erlebnis dat je jezelf hoort herhalen. Verder begin ik net zo beroerd te sloffen als veel van mijn groepje. Wellicht tijd om de brui eraan te geven. De lat lager leggen, de loopschoenen aan de wilgen hangen, de handdoek in kogelstootring gooien.

Maar er ligt zoveel meer aan de andere kant van de balans. Zo loop ik tijdens de training nog steeds vooraan. Goed, dat is om de weg te wijzen en duidelijk te maken waar versneld moet worden, maar toch. Ik geef namelijk tamelijk complexe trainingen, die door mijn wat ongestructureerde uitleg nòg moeilijker te begrijpen zijn. Dat is één. Tweeds: ook gymnastische oefeningen gaan mij, vergeleken met mijn atleten, uitstekend af.

Daar heb ik mij onlangs nog van kunnen overtuigen. Op Papendal, waar wij looptrainers jaarlijks worden bijgespijkerd door bewegingswetenschappers die nòg meer weten (en die het onderling zelden eens zijn), kreeg ik een workshop propvol vreselijke bewegingen. Zwaaien met een loodzware kettlebell, uitvalpassen met een onhandelbare zak met klotsend water boven je hoofd, weglopen terwijl je aan een zwaar elastiek hangt, als een idioot pompen met ropes – en nog veel meer bezigheden die de fysiek van Captain America veronderstellen. Kortom: ik vond dat wel wat voor mijn stramme trimmers.

Dus heb ik afgelopen woensdag een soort lunapark aan toestellen, gewichten en kettlebells neergezet, wat een klus is die op zichzelf reeds kan wedijveren met de twaalf opdrachten van de held Herakles. Vervolgens deed ik in een paar tellen voor wat de atleten verondersteld werden te doen: 40 seconden een oefening, 20 seconden om van post te wisselen enzovoorts.
Ik veronderstelde, handen wringend, dat men stuk zou gaan, de volgende dag vanwege spierpijn de sponde niet konden verlaten dan wel uitgeput van de verschillende oefeningen van het tartan gedragen moest worden.

Hoezeer had ik mij daarin vergist. Mijn vooral uit bijna-bejaarden bestaand clubje atleten deed het circuit op een zodanig trage en gecontroleerde wijze, dat het leek of je naar slow motion-filmbeelden keek. Daar waar ik als een wilde met divers materiaal in de weer was, deden mijn trimmers alsof één keer een oefening in plaats van 16 herhalingen ook genoeg was.

Ik vermande mij en bedacht plotseling, dat mijn groepje voor het plezier traint. Daarin past geen al te fanatieke sportbeoefening. Men vond het zelfs héél leuk – en of ik dat niet vaker wilde doen.
Ik ben nog niet van die mensen af.

Erik Endlich

Delen is sportief

Reacties (0)




Archief