Zondag 25 augustus 2019
Twentesport

Taai

Geplaatst op 19 maart 2019 door   ·   Geen reacties

Sommige sporten worden van vader op zoon – of zo u wilt: van moeder op dochter – doorgegeven. In mijn geval: moeder op zoon. Moeders blonk namelijk uit in atletiek. Dat gaf ik weer door aan onze dochter. Mijn pa heeft mij een soort van sport overgedragen: sportvissen. Het is meer een virus dat zich in je systeem genesteld heeft. Leuk te zien dat hetzelfde fenomeen zich inmiddels bij mijn zoon voordoet. Het heeft hem verlost van een gameverslaving en een overdreven langdurig verblijf in de fitnessruimte.

We hebben menig keer samen gevist, en zo groeide de gedachte om eens een lang weekend naar Friesland te gaan. Althans: dat was het idee van de eega. Afgelopen vrijdag reden wij naar Tirns, waar buiten dit gehucht een vakantiewoning staat, midden in de tot ruimtevrees leidende, eindeloze Friese weilanden. De immense tuin grensde aan een steiger waarop je uitkeek over de brede Franekervaart. Met een auto vol materiaal – wie de visserij serieus neemt heeft amper genoeg aan een middenklasse auto – reden wij met Bob naar genoemd viswalhalla. Bob is de buitenmaat hond van mijn zoon. Een lummel van een onbestemd ras, die onze ontberingen verlichtte met zijn optimistische gedrag, dat uit rusteloos en blij heen en weer geren bestond.

We gingen met een flauw zonnetje die kant op. Tegen de tijd dat wij de provinciegrens van Friesland bereikte stak er een wind op die tot storm uitgroeide. Dat leidt tot een voor het vissen tamelijk onwerkbare situatie: kunstaas dat wij richting water wierpen verdween in de bosschage aan de overkant van de vaart om er zich in vast te haken en nooit meer terug te komen. Het materiaalverlies nam desastreuze vormen aan.

De volgende dag was de wind gaan liggen. Maar het regende pijpenstelen. De elementen spanden samen. Kien als wij zijn, reden we naar het naburige Sneek. Daar gingen wij onder een brug zitten en lieten de dobbers met dood aas te water. Ergens op de grens tussen vaart en het regengordijn tuurden wij naar twee rode puntjes. We leken clochards, gezeten op stoeltjes in voddige viskleding, kleumend met een verregende Bob tussen ons in. Een taaie visserij noemen ze dat.

We scoorden een “blank” zoals dat heet, al was het retengezellig. We koersten huiswaarts en dachten: ach, we proberen het nog eens in de Vecht. We kunnen immers niet zonder een flinke vis op de foto thuiskomen.

Enfin: wij richting Beerse waar een modderpaadje ons naar de Vecht voerde. Maar wij kwamen daar nooit aan nu – ‘-t-is heus – wij met de auto muurvast in de prut kwamen te zitten. We wisselden elkaar af met drukken en gas geven, zodat de modder uit onze oren liep. Tevergeefs. Een boer met trekker sleepte ons uiteindelijk uit het slijk en op weg.
Ik weet niet of zoonlief het vissen nog doorgeeft aan de volgende generatie.

Erik Endlich

Delen is sportief

Reacties (0)




Archief