Woensdag 17 juli 2019
Twentesport

De Week: ‘Als speler heb je meer invloed dan als trainer’

Geplaatst op 13 december 2018 door   ·   Geen reacties

Peter Schulte (Haaksbergen, 1958) is trainer van Enter Vooruit, dat vorig seizoen promoveerde naar de eerste klasse van het zaterdagvoetbal. Hoewel hij met zijn team stijf onderaan staat, werd zijn contract onlangs toch met een jaar verlengd. Hij diende vele clubs, als speler en als trainer. De ploeg ontvangt zaterdag SDV Barneveld op De Werf. Bij winst komen de Enternaren op zeven punten en dat is evenveel als DZC’68 dat op bezoek gaat bij DOS’37 in Vriezenveen.

Schulte combineert zijn werk in de avonduren met een baan als leraar in het onderwijs aan moeilijk lerende kinderen op ‘t Korhoen in Hengelo.

Is zo’n groep leerlingen in de klas vergelijkbaar met de selectie op het veld?
‘Natuurlijk is het werken met een groep de grote overeenkomst. Je hebt te maken met verschillende karakters, persoonlijkheden, eigenaardigheden en hoe ga je daarmee om? Hoe haal je het beste in mensen, individueel en als groep in totaal naar boven, ben je in staat om de dynamiek van een groep te beïnvloeden?

Vertel eens iets over je carrière als speler en trainer, welke clubs heb je gehad, was je beter als trainer dan als voetballer of juist andersom?
‘Ik heb mijn leven lang als amateur bij HSC’21 in Haaksbergen gevoetbald. Dat was nog in de tijd dat je je club trouw bleef als speler. Vorig jaar werd ik gehuldigd voor mijn 50-jarig lidmaatschap. Op dezelfde avond werd mijn vader onderscheiden omdat hij al 70 jaar (ere)lid is. Mooi toch? Het is en blijft mijn club, ik kom er graag als ik in de gelegenheid ben. Op mijn 24e ging ik naar Heracles, maakte daar een kampioenschap en promotie naar de eredivisie mee en het jaar daarop degradeerden we weer. Toen ben ik teruggegaan naar HSC dat toen op het hoogste niveau speelde. In het jaar dat ik afscheid nam werden we ook daar kampioen en speelden we om het kampioenschap van Nederland tegen RCH en Meerssen. De eerste keer in de historie van HSC en dat allemaal met eigen jongens. Daar kijk ik met veel plezier op terug. Daarna begon een lange trainersloopbaan bij Vorwärts Gronau, Grol, Excelsior ’31, UD Weerselo, Den Ham, Quick ’20, NEO, Sparta Enschede, BWO en nu dus Enter Vooruit. Zo lang trainer zijn kun je alleen als je er veel lol in hebt. En dat heb ik. Maar of ik als trainer beter ben is moeilijk te zeggen, ik doe het alleen veel langer. Ik vind wel dat ik als speler meer invloed had op het team, in het veld en op de prestatie. De invloed van trainers wordt nog wel eens overschat.’

Je kreeg in het betaald voetbal een contract bij Heracles. Wat was dat toen voor een club? En wat is nu hun geheim?
‘In die tijd, 1984 tot 1986, was dat semi-betaald voetbal. Bijna iedereen had er een volledige baan naast. Alleen Jan van Staa niet, die kwam van FC Utrecht en stond ook op de loonlijst als jeugdtrainer, en Hendrie Kruzen, want hij was het grote aanstormende talent in die jaren. Hij had een ‘speciale regeling’ met Heracles en de sponsoren Ferry Hoogstraten en Marinus Hannink. Het was een club met een geweldige historie, maar op dat moment een van liefdewerk oud papier. Eigenlijk heel amateuristisch. Geld voor versterkingen was er niet bij de promotie. Dat jaar daarna stond het water, financieel gezien, tot aan de lippen. Heracles balanceerde op de rand van de afgrond en er dreigde een faillissement. Maar wat een goede sfeer en saamhorigheid. Als er in die tijd salarissen van nu betaald zouden worden had ik het wel langer volgehouden. Ik had ik er een volledige baan op school naast en we trainden vier keer in de week van zes tot half acht. Ik heb er een geweldige tijd gehad in een elftal met Johan Tukker, Ab Gritter, Hannes Lalopua, Ray Richardson, Rob Poell, Ruud Schepers, Jan van Staa, Hendrie Kruzen, Rudie Metz en John ter Mors. De uitstraling van het Heracles van de laatste jaren is natuurlijk geweldig. Dat kwam vooral op het conto van die sterke driehoek Smit, Hoogma en Stegeman. Rust, gezond verstand en vakmanschap. Ver te zoeken in de voetballerij en daardoor zo opvallend. Daarom was ik best verontrust hoe dat verder zou moeten met op al die posities nieuwe mensen. Tot nu toe lijkt dat goed uit te pakken, maar daar kun je pas over twee jaar een echt oordeel over geven. Maar bijvoorbeeld de procedure die ze volgden om bij een passende nieuwe trainer uit te komen belooft wel wat goeds. Ook dat is onderscheidend in opportunistisch voetballand.’

Je hebt nog met Heracles tegen FC Twente gespeeld, weet je wanneer en heb je de uitslag nog paraat?
‘In het oude Diekman wonnen we in het begin van de competitie 1985-1986 met 0-3. Een sensatie. John ter Mors scoorde twee keer in zijn eigen achtertuin notabene. Na de winterstop werd het een bloedeloze 0-0 in dat prachtige authentieke stadion aan de Bornsestraat.’
Je vorige club BWO in Hengelo leek een mismatch, want al na een paar wedstrijden besloot je na dat seizoen te vertrekken. Wat ging er mis op sportpark De Noork?
‘We wisten natuurlijk dat het een pittig jaar zou worden omdat de club net gepromoveerd was naar de eerste klasse. Dat is voor BWO echt aan de top, ook omdat ze het met allemaal eigen jongens doen. Een enorme prestatie van twee goede lichtingen, om in een paar seizoenen van de vierde klasse zo door te stomen. Uiteindelijk konden we samen toch terugkijken op een goed jaar waarin we aan het eind verrassend als zesde eindigden, maar ik miste de drive om individueel en daardoor als groep beter te worden. Kritisch naar jezelf kijken, elkaar vertellen welke dingen die beter kunnen en moeten. Ze waren wel kritisch over elkaar, maar als het erop aan kwam werd het nooit rechtstreeks uitgesproken. De gezelligheid was soms te belangrijk en stond presteren dan in de weg. Dat was voor mij moeilijk te doorbreken. Ik heb er overigens dat seizoen ook hele mooie dingen meegemaakt. Met een aantal spelers en begeleiders van BWO heb ik nog steeds een prima contact en ik spreek ze regelmatig. Ik ben er deze competitie ook wezen kijken.’

Het loopt bij Enter Vooruit, waar je aan je eerste seizoen bezig bent, nog niet geweldig. Na de promotie uit de tweede klasse is het nu in de eerste klasse commotie met vier punten uit tien wedstrijden stijf onderaan. Valt het tij op sportpark De Werf nog te keren en zo ja hoe dan?
‘De harde realiteit is dat je moet opboksen tegen clubs van naam die grote budgetten uittrekken voor hun eerste selectie, waarin geen speler van de eigen club meer speelt. Kom daar in Enter eens om. Ik moest al praten als Brugman om nieuwe ballen en een bon voor voetbalschoenen los te peuteren bij de penningmeester. Maar: wel allemaal eigen jongens, hè? De hele groep van vorig jaar is gebleven, dat zegt genoeg, en er zijn een paar spelers van buiten gekomen, zonder vergoeding. En dat moeten ze vooral zo houden in Enter. Die sfeer en mentaliteit van we gaan het met eigen jongens doen, we geven alles, perfecte wedstrijdmentaliteit en enorme inzet op training en dan zien we wel met elkaar hoe ver we komen. En dan voel je ook de waardering van de supporters als je na de wedstrijd in de kantine komt. Het mooiste vind ik dat de club niet in paniek raakt en realistisch blijft. We doen er alles aan om ons te handhaven, maar als we ten onder gaan dan strijdend tot het bittere eind met de kop omhoog en de borst vooruit. Als vereniging moet Enter blijven wat het is: een gezonde, goed georganiseerde club met heel veel betrokken leden en een prachtige accommodatie. Een club die leeft. En wat de afloop van dit seizoen betreft: we staan er nu natuurlijk niet florissant voor, maar DZC en DTS waren de enige twee wedstrijden waar er voor ons niks in zat. Voor de rest waren we zeker niet kansloos, zijn we er een paar keer heel dichtbij geweest, een voorsprong weggegeven, soms in blessuretijd bestolen. De balans dat je uiteindelijk krijgt wat je verdiend hebt is er nog lang niet, maar ik weet nog goed dat we ons een paar jaar geleden met Sparta Enschede handhaafden, na zeven punten bij de winterstop. Via een Houdini-act kwamen we uit op 35 punten en werden we ook nog eens periodekampioen. Ik bedoel maar.’

FOTO: Henk Pluimers (Peter Schulte in beraad met elftalleider Thijs ter Harmsel)

Delen is sportief

Reacties (0)




Archief