Donderdag 27 juli 2017
Twentesport

Groeiend gras

Geplaatst op 6 juli 2017 door   ·   1 Reactie

De Tour de France bevindt zich in de fase van de ‘groeiend gras-etappes’, als we bepaalde deskundigen tenminste moeten geloven. Slaapverwekkende scenario’s die leiden tot een mathematisch gecalculeerd moment van inlopen van de kansloze ontsnapping en een al even voorspelbare massasprint. En toch kijken veel mensen graag naar dergelijke etappes, die natuurlijk al tientallen jaren bestaan.

Ik maakte als renner jarenlang deel uit van ‘sprinttreinen’, gebouwd rond renners als Eric Vanderaerden, Eddy Planckaert, Jean-Paul van Poppel en Urs Freuler. Wij konden tot op de kilometer nauwkeurig berekenen met hoeveel renners we hoe lang en aan welk tempo achter een ontsnapping moesten aanrijden om deze niet te vroeg en niet te laat in te lopen. Elke tien minuten een motorrijder met tijdschrijver en een schoolbordje met de voorsprong volstond. Hoezo bepalen oortjes het verloop van dergelijke etappes?

De wielersport is de enige bijna snelheidsport waarbij de deelnemers vrijwel geen enkele vorm van bescherming genieten. Niet in de vorm van beschermende kleding, noch bescherming biedende wegafzettingen en dranghekken. Een formule 1 of Motor GP-coureur is aan driehonderd kilometer per uur beter beschermd.

Aan het slot van de eerste Tour-etappe in Lille 1994 knalde Wilfried Nelissen in winnende positie op een fotograferende politieagent, die vlak voor de meet op de weg stond. Schedelletsel en einde Tour voor onze kopman. Twee jaar later, en niet langer deel uitmakend van onze ploeg, klapte hij gekleed in de Belgische driekleur, op een paaltje in Gent-Wevelgem. Het moment dat ik hem met mijn ploegleiderswagen passeerde staat in mijn geheugen gegrift. De wanhoop in zijn ogen, liggend op zijn rug, het been met het in mijn richting uitstekende gebroken scheenbeenbot wanhopig vasthoudend. Het betekende het einde van zijn loopbaan. De Amerikaan Peter Stetina onderging in 2014 tijdens de Ronde van het Baskenland hetzelfde horrorscenario. Hij klapte in de sprint op een paaltje dat als enige waarschuwing een mallotig hoedje opgezet had gekregen (foto). Na een jaar revalidatie van zijn verbrijzelde rechter onderbeen kon hij gelukkig terugkeren in het peloton.

Tijdens een -zo lijkt het- gezapig voortkabbelende etappe ligt het gevaar permanent op de loer. Vele euforische toeschouwers, die ook nog eens zo dicht mogelijk bij hun helden willen komen, hebben geen idee van de positiegevechten die er continu plaatsvinden in het peloton, dat zich ook nog eens door allerlei bochten moet wringen. Een renner is de hele dag bezig met anticiperen en improviseren. Tijdens het onvermijdelijke sprintorgasme stellen de sprintwaaghalzen zich bloot aan verschrikkelijke risico’s en bereiken snelheden van meer dan zeventig kilometer per uur. Zonder enige bescherming.

Ik kijk met het grootst mogelijke respect voor de renners naar dergelijke etappes, die allesbehalve slaapverwekkend zijn.

Theo de Rooij

Delen is sportief

Reacties (1)

  1. Jack Brandsen says:

    Vanuit de renner of ploegleider bekeken zal het ongetwijfeld, maar als toeschouwer vond ik de rit van gisteren saai, op de laatste 20 a 30 seconden na. En dat de renners zich zo gemakkelijk letterlijk een breuk kunnen rijden, lijkt me ook niet gepast.




Archief