Vrijdag 12 juli 2024
Twentesport

Nouri

Geplaatst op 29 juli 2017 door   ·   Geen reacties

De nieuwsberichten over de gezondheidstoestand van Abdelhak (Appie) Nouri, het grote talent van Ajax dat in de dop werd gebroken, omdat de het bestaan soms zo onrechtvaardig overkomt, bepalen mij onwillekeurig bij twee voormalige Ajacieden, te weten Nico Rijnders en Rob de Wit.

Rijnders leed aan hartritmestoornissen. Ze openbaarden zich pas voor het eerst toen hij 2 juni 1971 met Ajax op Wembley de eerste Europa Cup I won door Panathinaikos te verslaan. Rijnders, een Brabantse jongen die ook nog bij Go Ahead in Deventer speelde en acht keer voor Oranje uitkwam, bleef na de rust achter in de kleedkamer wegens ‘pijn op de borst’. Rijnders vertrok na de Europa Cup-euforie naar Club Brugge. Over hartfalen had niemand het meer. Ajax niet, Brugge niet en Rijnders ook niet. Hij werd een vaste waarde. In zijn tweede seizoen in België sloeg het noodlot toe en stortte hij tijdens een wedstrijd tegen Club Luik ter aarde, zonder bal in de buurt. Hij was klinisch dood, werd gereanimeerd, vocht op de intensive care voor zijn leven, redde het, krabbelde op en kreeg een staffunctie als assistent-trainer. Vanwege aanhoudende klachten en acuut gevaar werd hij korte tijd later volledig afgekeurd voor welke functie dan ook in de voetballerij. Er kwam een benefietwedstrijd tussen Ajax en Brugge. Rijnders overleed, 28 jaar pas, 16 maart 1976 in alle opzichten alleen en berooid, aan gevolgen van aangeboren hartafwijkingen.

Hoewel hij geen hartritmestoornissen had, is het jammerlijke einde van de carrière van Rob de Wit in zijn essentie meer dan die Nico Rijnders vergelijkbaar met wat het megatalent Abdelhak Nouri onlangs is overkomen Ook hij was al jong het grote talent van Ajax, dat hem bij FC Utrecht scoutte, maar zijn carrière knakte toen hij, 21 jaar jong pas, amper droog achter de oren, een hersenbloeding kreeg tijdens de zomervakantie van 1986, wat meteen het keiharde en abrupte einde was van zijn nog maar nauwelijks begonnen en waanzinnig veel belovende voetbalcarrière, na slechts twee wervelende seizoenen. In zijn eerste seizoen bij Ajax debuteerde De Wit meteen in Oranje, wervelend en enerverend, zo’n echte linksbuiten in de traditie van Piet Keizer. Zijn belangrijke goal, een quasi-nonchalant stiftje, in de interland tegen Hongarije, zal tot het einde der voetbaltijden memorabel zijn vanwege de vanzelfsprekende klasse, de gepassioneerde achteloosheid. Robbie de Wit zou een hele grote voetballer zijn geworden, want hij was als prille twintiger al een wereldbelofte, die alles kon, schijnbaar moeiteloos. Overigens leeft De Wit nog, gehandicapt, maar met vuur.

Daan Schipper

Delen is sportief

Reacties (0)




Archief