Dinsdag 26 maart 2019
Twentesport

Bootje

Geplaatst op 28 augustus 2018 door   ·   Geen reacties

Het varen zit ons Hollanders in het bloed. Het zal daarom zijn dat ik, met voornamelijk Duitse en Franse voorouders, zo beroerd presteer op een vaartuig. In mijn jeugdjaren zat ik een seizoen lang op een zeilschool. Wij zaten in polyester bootjes en ik herinner mij het gesjor aan touwen, de zwiepende giek, het klapperende zeil en het kleine bijzeiltje aan de voorkant als een wat wonderlijk geheel, een omslachtige manier om vooruit te komen. Daarom was zeilen sportief. Dankzij het buiswater zat je rillend van de kou op de harde bodem van het bootje, dat als een kermisattractie schuin ging waardoor je soms naar de lage kant van het schip rolde. Ik vond een motorboot, voorzien van een verwarmde kombuis en een kek houten spaakwiel als stuur, een stuk handiger en comfortabel bovendien.

Afgelopen zondag hadden zoonlief en een vriend van hem een visbootje gehuurd teneinde de Vecht te gaan bevissen. Ik mocht mee omdat de binnenwateren, als ervaren zeilschoolrot, geen geheimen voor mij kent. Zo dachten ze.

Het ijzeren bootje, uitgerust met een buitenboordmotor en, voor het geval de techniek het liet afweten: roeispanen, werd voorzien van een net te haastig gegeven instructie alsmede brandstof, waarna wij het enigermate ruime sop kozen. Het begon al met het als een malle rukken aan het motorkoord, waardoor uiteindelijk met een lam geworden arm de motor jankend begon te draaien. Aangezien wij de motor niet in de voorgeschreven modus “neutraal” hadden gezet donderden wij vanwege het plotseling in beweging gebrachte vaartuig gedrieën in het voorste compartiment, draaiden paniekerig aan de handel van de motor en voeren aldus per abuis volgas door de haven. Daarbij is het zaak – achteraf bezien- om de motor met subtiele bewegingen te draaien, waarbij om het ingewikkeld te maken naar links duwen betekent, dat de boot de rechterkant op gaat.

Wie dat bruusk doet, zoals wij, blijft voortdurend corrigeren. Na enige minuten met hoge snelheid heen en terug door de haven te hebben gevaren en andere vaartuigen door de ontstane boeggolf wild op en neer deinden en hier en daar iemand vloekend te water raakte, kregen wij bezweet en elkaar tegenstrijdige instructies toeschreeuwend na een minuut of tien door hoe dit motorbootje qua gas en besturing in elkaar stak.

Uiteindelijk gingen wij braaf pruttelend en enigszins zwalkend richting de visgronden.

Ik zal u niet vermoeien met het watersportmalheur dat ons overkwam, maar laat ik volstaan met te zeggen dat deze jongen uit de boot en half in het water viel, ik wat later pijnlijk klem tussen de boot en een dukdalf raakte, zoonlief zijn scheenbeen tot bloedens toe tegen de niet meegevende punt van de boot stootte en zijn kameraad met een brandende sigaret de buitenboordmotor met brandstof vulde, zodat de motor na een enorme vuurbal de geest gaf.

De borgsom hebben we niet teruggekregen.

Erik Endlich

Delen is sportief

Reacties (0)




Archief