Dinsdag 31 maart 2020
Twentesport

Kappen

Geplaatst op 10 maart 2020 door   ·   Geen reacties

Een trainer van onze vereniging houdt er volgend jaar mee op. Hij is van dezelfde jaargang als ik ben. Hij vindt het welletjes, gaat wat eerder met pensioen en emigreert met zijn vrouw naar Drenthe. Kleiner wonen, maar wel omgeven door de wilde Drentse natuur. Geef hem eens ongelijk. Dat krijgt hij van mij niet.

Dan dringt zich vanzelfsprekend de vraag op, wanneer ik de fluit aan de wilgen hang, de pijp aan Maarten geef en het bijltje er bij neergooi. Ik wacht nog even. Maar zaak is natuurlijk wel om het moment, dat atleten roepen: “Tjee, daar heb je die ouwe gek ook weer!”, voor te zijn. Ook hangt veel af van je attitude. Ik zie nu reeds collega’s, een tiental jaren jonger, die zich kromgebogen en sloffend langs de burelen bewegen. Wie evenwel de rug recht, de borst vooruit drukt en zich met de verende gang verplaatst die doet vermoeden dat deze dekselse persoon van zessen klaar is en menig jongeling desnoods in de vernieling mept, tja: van deze krachtdadige manspersoon wil men training krijgen.

Niet dat ik zulks individu direct ben, maar ik doe er mijn best voor. Ik trek mij steeds terug in de mancave om aan spierarbeid te doen. Een kleerkast ben ik niet, maar toch wel een smal badkamermeubel waarin men met gemak wat deo en een stuk zeep kwijt kan. Voor mijn geestesoog zie ik mij dan viriel aan de baan staan, de blik fier gericht op de zwoegende atleten, met luide stem aanwijzingen gevend. De gedachte moet dan zijn: ‘Potverdikkie, die kerel heeft een mensenleven aan atletische inzicht opgedaan, die maak je niets meer wijs!’

Dat is het meest optimistische scenario. Het kan anders zijn: een viriele vent, met fiere blik en luide stem – maar zo dement als een deur. Nu zal dat in onze groep niet onmiddellijk opvallen, want als ik wat uitleg over het te volgen programma staan de meeste atleten met elkaar van gedachten te wisselen, en overigens lopen ze werktuigelijk hun rondjes als eenmaal duidelijk is wat de bedoeling is. En ook nu weet ik niet alle namen van mijn deelnemers, dus dat ik “hé! Gaat goed hè” roep is evenmin een verrassing voor hen.

Maar uiteindelijk vind ik natuurlijk mijn Waterloo. Dan struikel ik over een door mij zelf achtergelaten hindernis, waarna ik niet meer zelfstandig op kan staan. Dan is het vijf over twaalf. Ik wil om vijf voor twaalf wieberen.

Het zal eerder denk ik mijn mentale moeheid zijn die het moment van afscheid zal bepalen. Peinzen over de inhoud van de training, sjouwen met een bestelwagen vol materiaal, zien dat niet iedereen oplet bij de uitleg, als eerste op de baan en als laatste weg, het klokken in de regen, trimmers die niet vooruit te branden zijn.
Maar dat is al jaaaren zo.

Erik Endlich

Delen is sportief

Reacties (0)




Archief