Zaterdag 24 februari 2024
Twentesport

Kies niet

Geplaatst op 23 juli 2019 door   ·   Geen reacties

Vroeger, back in the days toen ik een spichtige jongeling was, sportte ik mij reeds een slag in de rondte. Voetballen meest – vooral op straat en in plantsoen – maar in verenigingsverband heb ik achtereenvolgens aan de campingsporten badminton gedaan, volleybal wat ik eveneens aanvankelijk in kampeerverband beoefende, basketbal en vervolgens weer voetbal. Ik kon niet echt kiezen. Enfin: het is goed voor je balcontrole (of shuttlevaardigheid) en van dat voetballen kreeg je ook nog een keer conditie.

Daarna werd het de Moeder van alle Sporten. Toen was ik inmiddels volwassen, wat niet gunstig is wil je er nog wat van kunnen maken. Mogelijk had ik nog een inhaalslag kunnen maken, zoals bij langeafstandslopers het geval is, die doorgaans pieken tegen de tijd dat het derde kruisje in zicht komt. Dus ging ik lopen. Voortdurend en langdurig achtereen. Ik begon mij tijdens crossen en de toen populaire Coopertest voorin te melden.

Maar het kon mij niet bekoren. Al dat lopen, ik zag er – reeds mager van leden toen ik ter wereld kwam – als een ondervoed derde wereldkind uit en dat dagelijks rennen begon mij tegen te staan. Dat heb ik nu eenmaal snel. Ik blijf het ADHD-kind dat zich nimmer laat beteugelen met monotone vormen van bewegen.

De werpnummers, en dan met name speer en discus, ging mij aardig af. Wilde het van aardig via goed naar uitzonderlijk, dan moest ik aan de gewichten. Sterk worden, circuittraining doen, het krachthonk in, dagelijks met zwaar ijzer in de weer. U raadt het vermoedelijk: ook dat is niet je dat. Je zit ook met mooi weer binnen te kniezen tussen dat martelwerktuig, en eerlijk gezegd: ik werd er niet veel, of eigenlijk in het geheel niet, breed van. Kort na een sessie leek ik door de driftig pompende aderen, die zich bij mij eng aan de oppervlakte bevinden, enigszins, en tot mijn vreugde, wat opgezet. Een uur of wat na deze heugelijke ontdekking was ik alweer tot mijn schrille proporties gekrompen. Die discus en speer gooide ik, dankzij het zwoegen in het zweethok, slechts een metertje verder.

U begrijpt: ook dit begon mij de keel uit te hangen. De conclusie is, dat een specialisme niet aan deze jongen besteed is. Wat ik destijds echter niet wist en nu evident wordt, is dat ik ondanks een bovengemiddelde lengte en het postuur van een getailleerde lantaarnpaal, ik nooit (waar is het ongeverfde hout?) ergens last van heb. De rug, hoewel lang en vatbaar voor hernia en spit, houdt zich recht en niet slecht, werptuigelijk gezien doe ik niet onder voor atleten die enige decennia later zijn geboren en ook tijdens het hardlopen zie ik menig verwoed trainende trimmer tevergeefs proberen in mijn spoor te blijven

Oké, de specialisten binnen mijn generatie doen het een pietsje beter. Maar die jongens zijn dan ook héél saai.

Erik Endlich

Delen is sportief

Reacties (0)




Archief