Vrijdag 3 april 2020
Twentesport

Minderen

Geplaatst op 21 januari 2020 door   ·   Geen reacties

Vroeger – ja vroeger. Toen struikelde ik over de horden, leverde een verspringsprong een spierscheuring op, stuiterde ik na het passeren van de lat van de mat af, heb ik met spikes een reep vel uit mijn eigen kuit getrokken, liep tijdens een cross tegen een boom op en struikelde over een boomwortel, gooide ik met speer een ellenboog in gort, haalde ik met de polsstok net de lat niet en donderde ik terug tegen de aanloop, een kogel op je eigen poot laten vallen is slecht voor de stembanden kan ik uit ervaring zeggen. Dit is een bloemlezing, want ik zou een column of drie kunnen doorgaan met sportblessures, ongelukjes en dikke ongelukken. Naar het heet is sporten gezond.

De kwestie is, dat ik genoemd malheur steeds vlot te boven kwam. Want ik was, ooit, jong. Met de souplesse en vitaliteit en viriliteit de jeugd eigen was ik zó weer back in business. Je kon er als het ware bij blijven staan en alles groeide zienderogen aan, herstelde als een malle, pijn kon ik wegdenken. Er was niets wat een nachtrust niet kon oplossen. Dat werk.

Nu dan: waar moet ik beginnen? Positief zou ik denken, want ik sport nog steeds, vrijwel alle dagen. De zes kruisjes voorbij en nog niet genoeg gesport. Maar niet meer volle bak. Als ik nu de 1,08 m hoge hordes zie die ik – meestal – vrij eenvoudig passeerde, denk ik nu: hoe kwam ik er in hemelsnaam overheen. Dat heb ik ook met gewichten, tijden en afstanden. Springen doe ik niet meer en dat is een hard gelach. Dat ging mij namelijk steeds prima af. Zomaar een sprintje trekken, ik zou een ziekenhuisopname riskeren. Afvlakken heet dat. Alles wordt minder.

Bekend is dat het spiervolume fors afneemt en dat de oudere sporter met ijzer in de weer moet om dat proces te vertragen. Vier keer in de week doe ik dat. Ik zie geen knolvormig spierweefsel ontstaan, maar het vet blijft vooralsnog weg. Maar ergens in de toekomst houdt het op natuurlijk. Cellen schijnen, zo leert de wetenschap, als een dolle af te sterven en, wat erger is, niet te worden vervangen door frisse exemplaren. Daar zit je dan als ouwe kromgegroeide voormalige atleet. Wat rest mij dan nog? Fietsen denk ik, hopelijk nog wel in een redelijk tempo. Want ziet de sportieve fietser, die vanzelf krom boven zijn racestuur zit, opdat de tegenwind zo min mogelijk vat krijgt op de coureur. Ik hoop dat ik niemand ontrief met dit is een wenkende perspectief voor de senior sporter. Hardlopen en springen, dat is natuurlijk funest voor de gewrichten, hoewel, de fiets is net zo riskant als een vliegtuig: stijgen (op de fiets klimmen) en landen (er weer vanaf).

Ach, anders ga ik vissen. Je zult toch zelf naar het water moeten lopen. Met al die spullen sjouwen.

Erik Endlich

Delen is sportief

Reacties (0)




Archief