Maandag 4 maart 2024
Twentesport

Oud zeer

Geplaatst op 11 mei 2022 door   ·   Geen reacties

Achteraf bezien begon het met de voortuin. Daarin bevonden zich pollen gras, die ik eruit diende te trekken. Of het van mijzelf kwam weet ik niet meer, maar waarschijnlijk is dat niet. Nu vind ik het vanaf een krukje wieden van onzalige vegetatie, wat men dikwijls kan zien bij vooral senioren, aan de laffe kant zodat ik wijdbeens aan het trekken sloeg.

Vervolgens gaf ik afgelopen woensdag looptraining, waarbij ik monter enige stabilisatieoefeningen deed: het was immers mooi weer en het gras op het middenterrein bood voor die nuttige bewegingen een prima ondergrond. Daarna stond ik wederom energiek – en vanzelfsprekend als eerste – op teneinde het pak atleten naar de baan te dirigeren, waar ik verdere instructies wilde geven.

Toen voelde ik reeds een trekkerig gevoel onder in de rug: linksonder om precies te zijn. Ach, krakende wagens en zo en deze jongen is voor geen kleintje vervaard en van zessen klaar. Aldus rende ik voorruit teneinde de atleten te laten zien waarheen en hoe snel – maar de onderrug protesteerde. Ik hield vroegtijdig op omdat ik nog wat klaar moest zetten, zo liet ik weten.

Enfin, het moet niet opgevallen zijn en na training en kantinebezoek keerde ik huiswaarts. Ach, een goede nachtrust en ik kon weer nieuwe uitdagingen aan. Dat viel overigens tegen. Telkens werd ik wakker omdat ik tijdens mijn slaap van zij tot zij draaide, wat vanwege de opspelende onderrug niet lukte zodat ik telkens van de pijn wakkerschoot. De volgende dag moest ik zitten teneinde onderbroek en sokken aan te doen, een tijdrovende klus die even moeizaam als traag ging. Na het ontbijt de kattenbak gereinigd en er wat verse korrels bijgedaan. De zak waarin zich dat goedje bevond was pas open en daarom loodzwaar. Pardoes werd er nog enig lijden aan mijn reeds verre van ideale constitutie toegediend, want als een bliksemschicht schoot het in mijn rug. Ik stond er plotseling als bevroren bij. Ik kon geen kant op.

De volgende dag trok ik nog optimistisch mijn trainingspak aan, in de veronderstelling dat het wel beter zou gaan. Zelden was een trainingspak zó misplaatst. Ik bewoog mij als een bejaarde die reeds jaren zucht onder zenuwpijnen. Aldus vibreerde ik naar de buurman, met wie ik al jaren naar de training rijdt: als tegenprestatie helpt hij mij steeds met het klaarzetten van het materiaal. Ik keek hem kromgebogen van de pijn vanonder mijn wenkbrauwen aan en zei, tamelijk overbodig eigenlijk, dat ik verstek liet gaan: hier zijn de sleutels van het hek en of hij de training wilde overnemen. Dat wilde hij, zij het niet van harte.

Thans schuifel ik op pantoffels door onze woning, want beweging schijnt goed te zijn. Véél beweging is het zeker niet. Mijn voorland: een bejaarde, mijmerend over de dagen dat hij nog als een schicht over de baan schoot…

Erik Endlich

Delen is sportief

Reacties (0)




Archief