Zondag 15 december 2019
Twentesport

Prehistorisch sporten

Geplaatst op 24 september 2019 door   ·   Geen reacties

Ik neem aan dat u beseft dat sport prehistorische roots heeft. Goed, curling is niet direct een bezigheid die aan de cro-magnonmens valt te linken en croquet doet evenmin aan een activiteit denken die men een Neanderthaler ziet beoefenen. Hardlopen, springen en werpen is in dat opzicht een openbaring, want dat is van alle tijden. Nauwelijks uit een boom gevallen en moeizaam rechtop lopend door het wuivende gras van de savanne, ziet men voor het geestesoog de aapmens reeds verschijnen die de basis legt voor de Moeder aller sporten. Zowel prooi als vreesaanjagend roofdier noopten tot spoed, men sprong over hindernissen en gooide stenen naar wie of wat men niet welgevallig was. Voetbal is dan natuurlijk de gezamenlijke jacht op iets eetbaars dat vlucht, rugby wanneer dat wezen tot voedselnijd leidt.

Overigens was ik vorige week even in touch met mijn innerlijke aapachtige. We waren namelijk een midweek in Beesel. Dat is een gehucht gelegen aan de oever van de Limburgse Maas en in de buurt van Helmond. Niet dat men daar in huiden rondloopt, maar we huurden er een huisje aan het einde van een zandpad, bij een bos en niet ver van die rivier. De geluiden van de 22ste eeuw drongen weliswaar af en toe tot in het eenvoudige houten onderkomen, zonder veel verbeeldingskracht kon je jezelf in de primitieve wereld van de verzamelaar en jager wanen. En vooral van visser.

De eigenaar van het huis, die onverstaanbaar plat Limburgs brabbelde en die zowel qua postuur als vanwege de doorlopende wenkbrauw met daaronder donkere priemende ogen, mogelijk een groepje toeristen in zijn kelder gevangen hield, zei geloof ik dat de honden niet op de bank mochten liggen – zo wel, dan zulle gij het wal marke – of dergelijke woorden. Toen waren wij, te zeggen: de eega, twee Corgi’s et moi – alleen.

Er is niet veel nodig om onze conventies en basale omgangsvormen van ons af te werpen. Kort na het vertrek van de Limbo begonnen wij alleen voor ons begrijpelijke klanken uit te stoten, pakte ik hengel en toebehoren en ging slechts gekleed in een short die ik reeds 17 jaar in mijn bezit heb richting de betere visgronden, die zich kilometers verderop bevonden. Blootsvoets liep ik door een uitgestrekt en desolaat bos, stak een onontgonnen stuk weide over en passeerde daarbij een meer waarop watervogels van diverse pluimage luit gakkend hun ongenoegen blijk gaven over mijn verschijning. Ik besloot die week een pijl en boog te snijden uit het overvloedige kreupelhout.

Eenmaal bij de rivier sleepte ik vis na vis uit het wild klotsende water, grauwende geluiden makend wanneer een snoek, snoekbaars of baars mijn net vulde. Ik voelde iets van een wildeman in mij opkomen.

De vis heb ik netjes teruggezet, de stad Roermond was erg gezellig en s’-avonds keken wij naar Lingo. Er zijn grenzen.

Erik Endlich

Delen is sportief

Reacties (0)




Archief