Zondag 25 augustus 2019
Twentesport

Bottom line

Geplaatst op 31 oktober 2018 door   ·   Geen reacties

Vroeger – ja, vroeger – sportte ik om te presteren. Trainen was louter een middel, de pr een doel. Maar met het verstrijken der jaren speelt die prestatie nauwelijks nog een rol. Ik kom een stukje van de grond, maar onvoldoende om er het predicaat “hoogspringen” aan te verbinden. Het sprinten is een moeizame versnelling geworden. Verspringen is een flinke stap, de kogel komt nauwelijks voorbij de voeten, de horden – voorheen soepel genomen – zijn thans immens hoge hekjes die tegen de grond geschopt worden.

De aftakeling is nog niet volkomen. Ik loop bijvoorbeeld nog tamelijk soepel, afgezet tegen een gemiddelde trimmer. Een speer voelt nog steeds lekker in de hand, vliegt nog redelijk vlot uit de schouder en houdt zich bevredigend lang in de lucht alvorens de punt in de grond verdwijnt. Maar laten we eerlijk zijn: eens wil het niet meer. Lopen wordt lijden, werpen een last voor ellenboog en schoudergordel. Het lichaam gooit de handdoek in de ring. Een moment om te vrezen. Want wie vrijwel dagelijks sport, wil niet meer zonder, als een verslaving aan opiaten, gelijk een zucht naar de fles.

Nu het tijdstip waarop een behoorlijke sportbeoefening niet mogelijk is, geen decennia verwijderd is, moet ik zoetjesaan zoeken naar alternatieven. Wat is nog enigszins een sportwaardig bestaan? Met welke inspanningen kan ik nog aankomen? De cafésporten als biljarten en darts: nee bedankt, ik laat deze beker (of beter: pul bier) aan mij voorbijgaan. Al wordt er weliswaar niet meer gerookt, ik ben niet zo van de tattoos en van dikke mannen die elkaar op de schouders slaan.

Buiten dus. Koersbal. Jeu de boules. Neu: te geriatrisch. Schreeuwen tegen dove mensen, met een centimeter de afstand tussen ballen meten, zielenpieten die mopperen om hun verlies. Dit is geen bottom line, het zakt er doorheen. Golfen dan. Mmm. Knikkeren voor mannen die te lui zijn om door de knieën te gaan. Daarbij: een geruite broek staat mij niet, spikes zijn niet om mee te wandelen maar bedoeld voor het spurten.

De fitnessruimte. Een zweethok vol glimmende toestellen en dofzwarte halters. Kan. Ik las een artikel, waaruit de noodzaak bleek dat de bejaarde mens zijn spieren staalt. Want je wordt anders in een rap tempo slap, de rug kromt en recht zich nimmer meer, en krachteloze handen zijn klauwtjes die pillen naar de mond brengen, een waaier aan speelkarten vasthouden en de knoppen van de afstandsbediening indrukken.

Als je wat met gewichtjes kun stoeien, is meppen met bokshandschoenen aan ook wel iets. Dat is stoer en houdt je weerbaar. Ook niet meer mogelijk? Die speer verder gooien dan de oudjes die zoiets ook plegen te doen: dat moet mijn laatste wapenfeit zijn. Letterlijk: een wapenfeit. Mocht ik alsdan weliswaar ver, maar ook ongericht en dus op omstanders gooien: so be it. Oud worden leidt nu eenmaal tot slachtoffers.

Erik Endlich

Delen is sportief

Reacties (0)




Archief