Donderdag 23 mei 2019
Twentesport

In&outdoor

Geplaatst op 5 maart 2019 door   ·   Geen reacties

Vroeg had je…. Vroeger. Ik begin, zo is mijn gevoel, steeds vaker over het verleden. Dat komt natuurlijk omdat ik meer verleden dan toekomst heb. Een hypochonder wees mij op deze harde werkelijkheid, wat mij tot treurigheid stemt. Tenzij ik de natuurwetten logenstraf en mijn einde eerst vind wanneer ik sterk in de driedubbele cijfers terecht kom, wat niet heel waarschijnlijk is. Enfin, ik keek een tijdje terug in de historie, toen er – daar wilde ik naar toe – geen indoorseizoen was. Hoogstens stootte je tijdens de wintertijd wat gewichten van je af in wat destijds “het zweethok” werd genoemd. Overigens brachten wij al sportend in de buitenlucht door. Gelooide koppen hadden we, spleetjes van ogen vanwege het staren in de verte, waar speer en discus zich in de grond boorden. Koude deed ons niets. In niet meer dan een flanelletje blootsvoets participeerden wij aan winterse crosslopen, dat volgens trainers (die destijds nog de wijsheid in pacht hadden) goed was voor “tempohardheid” en een zegen vormde voor het spierstelsel. Daarna nog even een tienkampje doen en afsluitend een flink glas water in de kantine en we keerden monter huiswaarts. Op een zware herenfiets. Altijd wind tegen.

Nu heb je dus indoor. Dat overdekte wedstrijdgebeuren heeft mij nimmer kunnen bekoren. Het is voor tenminste drie zintuigen een plaag: de ogen worden geteisterd door hel kunstlicht dat je voortdurend de blik doet neerslaan, om maar niet naar die tot duizelingen leidende tl-verlichting hoeft te kijken. Verder is de akoestiek, zelfs die in Omnisporthal te Apeldoorn die tamelijk state-of-the-art is, die van een paar elftallen ADHD-pubers in een benauwde gymzaal- dus oorverdovend. Ten slotte ruikt het steevast naar een mix van rubber, lysol en zweetvoeten. Ook dat wil je niet te lang meemaken.

Wat de onderdelen betreft, de sprinter is nauwelijks uit zijn startblokken gespurt of hij/zij loopt zich bijkans te pletter tegen een rubberen kussen. De atleet van de langere afstanden verplaatst zich uitsluitend in bochten en de werpnummers bestaan slechts uit kogelstoten, waarbij het werptuig lafjes op een mat stuitert.

Romanticus die ik ben opteer ik voor het sporten in de buitenlucht. Alleen watjes trekken zich terug in de warme beslotenheid van een sporthal. Toegegeven, het is buiten ook niet al te fris meer, maar de zon zorgt nog steeds voor fraaie verlichting. Wanneer je tenminste een dikke laag factor 100 hebt aangebracht. De tegenwoordige winter is trouwens een verlengde herfst: laten wij er geen doekjes om winden. Het waait en regent en daar krijg je eerlijk gezegd geen geharde atleten van die van zessen klaar zijn. Dat is te merken, de meeste sporters van deze tijd zijn watjes, worden gebracht en gehaald, springen een enkele keer, sloffen een rondje en hangen vervolgens uren in de kantine waar ze koffie drinken.
Zo doen ze dat, die jeugd. Kortom: indoorkindjes zijn het.

Erik Endlich

Delen is sportief

Reacties (0)




Archief