Donderdag 23 mei 2019
Twentesport

Tot hier

Geplaatst op 14 mei 2019 door   ·   Geen reacties

Terwijl ik afgelopen weekend tijdens het Historisch Festival in Almelo keek hoe ongeveer 800 in diverse uniformen uit de Napoleontische tijd gehulde mannen – en een enkele vrouw – een slag leverden (althans die indruk probeerden te wekken), moest ik onwillekeurig aan sport denken. Ik denk namelijk vaak aan sport.

Aan veteranensport om precies te zijn. Het heet, dat je na je twintigste aan het aftakelen slaat. Bij mij lag dat wat verder weg, want ik was 25 toen ik hoger sprong dan ooit. Het was kort nadat ik mijn huidige eega had leren kennen: mogelijk is er een verband. Hoewel ik nimmer gestopt ben met sporten, sloop er wel een onherroepelijk proces van verloedering in. Daar ontkomt niemand aan. Sommige jongeren zijn zelfs reeds slachtoffer.

Enfin, om de draad op te pakken: dat gespeelde geweld in een Almelo’s park bestond uit oprukkende troepen, terugtrekkend voetvolk, charges van de cavalarie, kanongebulder en kruisende zwaarden. Aanvallen vanuit de flanken, hergroeperen, de linie proberen te houden. In de pan gehakt worden.

Dit alles vormt een metafoor die de opkomst en ondergang van de atleet verbeeldt. Momenteel heb ik reeds de nodige meters op de vijand die ouderdom – en een stukje verderop: de dood – heet, ingeleverd. Om precies te zijn: een centimeter per jaar. Want dat is, eerlijk waar, de hoogte die je als hoogspringer verliest met het klimmen der jaren. Het is een gruwel.
Ik heb mij ingegraven en houd vooralsnog stand. Een nieuwe charge staat mij te wachten, zo weet ik. Ondertussen smeer ik mijn knieën in en slik ik een groenlipmosselcapsule. Dat is namelijk tegen de protesterende botten. Het helpt, hoewel niet veel. Maar het vertraagt het vijandelijke offensief wel.

Hopelijk tot zondag in ieder geval, wanneer de NK Masters is en ik het, naast het werpen van een speer, het weer hogerop zal zoeken. 1.50 m en ik mag mij naar verwachting kampioen noemen. Vroeger – ja, heel vroeger – sprong ik na een 3-pas met achteloos gemak over deze hoogte. Ik begon pas serieus in te springen op 1.75. Ik verwacht dat het mijn allerlaatste NK zal zijn. Dan alweer terugvallen op een verder in het achterland gelegen linie.

Het is de vraag natuurlijk waar het eindigt. Vooralsnog ben ik nog niet klaar met sporten, dus als het rennen niet meer gaat – dat de Voorzienigheid mij zo lang mogelijk mag behoeden voor dit gruwelijk lot – dan ga ik fietsen. Mountainbiken zo stel ik mij voor. Minder belastend voor de gewrichten, ook geen kans dat ik zo’n bibberige asfaltbejaarde wordt die de fietspaden terroriseert door met andere dikkerds medeweggebruikers de berm te rijden. Dan maar liever de natuur in. Waar ik hoogstens mezelf tegen een boom kan parkeren.

Voorlopig vecht ik nog tegen de oprukkende vijanden die Kraakbeendegeneratie en Blessureleed worden genoemd. Een Historisch Festival avant-la-lettre.

Erik Endlich

Delen is sportief

Reacties (0)




Archief