Donderdag 17 januari 2019
Twentesport

De Week: ‘Marathon een bevalling, dezelfde oerkracht’

Geplaatst op 27 december 2018 door   ·   Geen reacties

Ingrid Prigge (Haaksbergen, 1963) was als topsporter een laatbloeier. Ze was al 35, en moeder van twee dochters, toen ze in 2005 haar debuut maakte in de Marathon van Enschede, waar ze meteen derde bij de vrouwen werd. Je zou haar dus een natuurtalent kunnen noemen, en dat bewees ze gedurende de rest van haar carrière, waarin ze twee keer in Enschede won en in Amsterdam haar PR liep: twee uur, 41 minuten en vier seconden in 2006. Eind dit jaar zet ze er een punt achter en gaat ze zich toeleggen op het trainen van anderen.

In haar dagelijkse werk is ze Ingrid Prigge datamanager bij het Integraal Kanker Cetrum aan het Hoedemakerplein in Enschede.

Je hebt beroepshalve met die rotziekte te maken. Wat vond je van de zwemtocht van Maarten van der Weijden in Friesland?
‘Fantastisch natuurlijk! Ik begrijp zijn drive wel, enigszins. Niet dat ik kan begrijpen wat hij heeft doorgemaakt, maar in mijn werk kom ik zoveel kracht en doorzettingsvermogen tegen om te vechten tegen kanker. Hij weet dat er veel geld nodig is voor onderzoek en realiseert zich heel goed dat hij één van de gelukkigen is die deze ziekte heeft mogen overwinnen.’

Wat is er zo mooi aan om ruim 42 kilometer hard te lopen?
‘Wat mij betreft is het de mooiste hardloopafstand. Ik ben laat begonnen, dus de startsnelheid is nooit zo best geweest. Ik ben een diesel en kom pas op gang na vijf kilometer. De trainingen zijn veel, maar mooi. Vooral als je dit samen met andere atleten kan doen. Op de dag zelf is dat zo’n bijzonder gevoel, dat ik niet heel goed kan beschrijven, maar je moet dit voelen. Ik zie het, heel raar gezegd, misschien wel als een bevalling; de oerkracht komt bij beiden naar boven en als “de klus” geklaard is, heb je zo’n geluksgevoel.’

Had je een voorbeeld in de sport, en zo ja: wie was dat?
‘Nee, ik heb eigenlijk nooit een voorbeeld in de sport gehad, omdat dit er zo veel zijn en ik zie het meer als diep respect hebben. Ik hou namelijk van alle sporten, maakt me niet uit wat het is. Als er maar enigszins sport op tv te zien is dan gaat de tv aan. Moet wel zeggen dat ik bijvoorbeeld wielrennen en turnen enorm knap vind, die werken volgens mij enorm hard. Sanne Wevers ken ik bijvoorbeeld nog van een hardloopproject dat we samen hebben begeleid. Toen was ze zwaar geblesseerd en zag ze soms het turnen niet meer zitten, maar door haar doorzettingsvermogen, revalideren, de focus ergens anders op zetten en daarna weer volop trainen en dan ook nog goud winnen op de olympische spelen, dan ben je echt een topsporter voor wie ik dan veel respect heb.’

Eerlijk zeggen: Amsterdam of Enschede?
‘Oei, dat is heel lastig. Dan ga ik echt voor Enschede. Die eerste keer blijft voor mij toch de mooiste. Daar heb ik zo enorm naar toe geleefd, omdat ik dit als een nieuw avontuur zag en niet kon bedenken hoe dit avontuur zou eindigen. Het feit dat ik toen zodanig trainde onder begeleiding van mijn trainer Herman Moelard, dat ik precies kon lopen wat hij opdroeg. Op de seconde heb ik gelopen wat hij had gezegd vooraf. Ik werd derde achter twee Ethiopische dames. Samen op het podium met deze sterke vrouwen, dat was voor mij heel bijzonder. Amsterdam was ook prachtig, natuurlijk, en de ervaring om in de stal van Jos Hermens te mogen optreden was erg leerzaam. Enschede is een hele andere marathon en deze is ook niet te vergelijken met Amsterdam. Enschede moet van haar eigen kracht uitgaan.’

Waarom is het H.J. van Heekpark een verrijking voor het parcours? Vergelijkbaar met het Vondelpark?
‘Het is wat mij betreft niet echt een verrijking, als je voor een snelle tijd wil gaan. Ik wil een strak en snel parcours en het van Heekpark heeft te veel smalle grindpaden. Ik begrijp dat het een mooi issue is, vanuit het verleden, daar waar de eerste start plaats vond. Nostalgie alom, maar er zou asfalt bij ingelegd moeten worden om hier een mooi stuk parcours van te kunnen maken. Het is nu niet te vergelijken met het Vondelpark. Deze heeft langere rechte stukken op breder asfalt.’

Heb je ooit overwogen om in New York mee te doen? En waarom is het er daar niet van gekomen?
‘Nu denk ik daar pas aan, terwijl ik eigenlijk niet meer de drive heb om een marathon te lopen. Natuurlijk wilde ik deze wel lopen, maar ik keek altijd alleen maar naar snelle parcours en daar hoorde New York niet bij, volgens andere atleten. Bovendien is zo’n reis erg duur en wanneer ik zou willen, dan wil de rest van het gezin ook mee en dan wordt het nog duurder, haha. Maar ik leef nog en wie weet komt dit er nog eens van, als ik gezond mag blijven, maar het is geen must.’

Hoe zag een gemiddelde dag c.q. week eruit toen je nog actief sportte?
‘Ik werkte 28 uur per week, met thuis twee jonge kinderen en alle dagelijkse beslommeringen. Ik trainde minimaal zes keer in de week en maximaal acht keer, voor een marathon, soms dus twee keer op een dag. Ik liep vaak naar het werk en weer terug. Gelukkig kon ik daar douchen. Verder combineerde ik het met halen en brengen van de dochters naar gym of blokfluitles, of wanneer ik voor mantelzorg naar mijn vader ging in Haaksbergen. Zo combineerde ik de dagelijkse gang en het lopen op een prettige manier. Zeker dankzij mijn partner kon dit allemaal omdat hij me daarin steunde en motiveerde. Ons sociale leven lag soms wel even op een laag pitje, maar daar was alle begrip voor.’

Wat ga je nu voor jezelf doen aan sport?
‘Ik blijf lekker voor mezelf lopen en als ik een leuk wedstrijdje in de buurt zie, en ik heb zin en tijd, dan zal ik heus nog wel deelnemen, maar ik heb niet meer de drive om op een bepaald niveau de wedstrijden in te gaan. Ik kan me daar niet meer voor opladen. Bovendien vind ik het ook lastig dat ik voorbij wordt gelopen, haha. Daar ben ik te fanatiek voor. Mijn rug begint ook steeds vaker te sputteren en dat maakte de keuze wat makkelijker. Mijn zus heeft mij ook gezegd op haar sterfbed, dat ik moet stoppen wanneer het goed gaat en niet wanneer het alleen maar minder wordt. Die woorden blijven hangen. En ik ben nu mijn eigen loopgroep ITM-Running gestart en daar kan ik mijn passie overdragen naar andere mensen die al lopen of willen gaan lopen. Ik geef clinics voor bedrijven en instellingen. En ook de Enschede Marathon Clinics doe ik nog samen met meerdere trainers. Bij Laac Twente train ik een enorm leuke groep. Dus al met al zit ik alweer goed vol en heb ik geen tijd voor een andere sport.’

Laatste vraag: weet je zeker dat het niet gaat kriebelen naarmate de start op 14 april dichterbij komt?
‘Nee, het is klaar! Ik heb me aangeboden als vrijwilliger die dag en dat is een heel mooie taak, omdat ik als geen ander weet hoe hard deze mensen nodig zijn bij wedstrijden. Verder draag ik mijn steentje als loopadviseur voor de organisatie en als de Twentse Vrouwenloop nog iemand met ervaring nodig heeft, dan mogen ze me altijd bellen.’

Delen is sportief

Reacties (0)




Archief