Maandag 22 april 2024
Twentesport

Wieger

Geplaatst op 23 oktober 2011 door   ·   Geen reacties

Ik ben een liefhebber van balsporten, ook van honkbal. Zo heb ik vorige week de WK-finale van het Nederlands honkbalteam live gevolgd, ook al was die midden in de nacht. Ik heb honkbal altijd al prachtige, stoere mannensport gevonden waar veel in zit. Nu zijn er mensen die, nu Oranje wereldkampioen is, zich opeens gaan interesseren voor honkbal en niet eens de regels weten. Maar mijn aandacht heeft honkbal altijd al gehad. Zo vind ik de outfit van die gasten mooi en spreekt het mij enorm aan dat je met een buikje gewoon op niveau kan meedraaien. Mijn broer René heeft in zijn jeugdjaren, voordat hij ging voetballen, op honkbal gezeten. Of hij in het verre veld stond, pitcher, catcher of eerste honkman was, ik weet het niet meer, maar volgens mij was hij wel een verdomd goed slagmannetje. Ik ben zelfs, toen ik in Amerika op vakantie was (1988), naar een Major League-wedstrijd geweest.

Met mijn vader ben ik regelmatig naar de Haarlemse honkbalweek geweest en dat was erg leuk. Bij gymles op school werd er ook regelmatig gehonkbald en ik kon een aardig balletje vangen; aan slag was ik daarentegen wat minder. Ik herinner mij wel een ongelukkig voorval op school met honkbal. Door dit incident is deze sport altijd een beetje bij me. Hij zat bij mij in de klas en zijn naam was Wieger. Niet echt een sportnaam en Wieger was ook niet echt een sportfreak. Hij hield meer van wis-, schei- en natuurkunde.

Ik vond hem een beetje zielig en had ook vaak medelijden met Wieger. Zeker bij de gymles van leraar Tel. Als Wieger een vogelnestje moest maken in de ringen of het touw in moest klimmen, dan werd hij steevast uitgelachen door mijn klasgenoten. Niet door mij, want zoals ik al eerder zei, ik vond hem zielig. Als wij aan een balsport deden, dan werd hij ook altijd als laatste gekozen, want niemand wilde Wieger in zijn team.

Het was mooi weer die dag en we gingen buiten honkballen. Ik mocht kiezen van meester Tel en ik besloot eens gek te doen. Als eerste koos ik Wieger en mijn klasgenoten keken mij aan alsof ze water zagen branden. Wel posteerde ik Wieger in het verre veld, omdat hij daar zo weinig mogelijk schade kon aanrichten. Maar ook Wieger kwam aan slag natuurlijk. De slagbeurten van hem waren niet verassend, hij raakte geen bal. Het beperkte zich tot woeste klappen in het luchtledige.

Maar… op de valreep kwam Wieger nog een keer aan slag. Ik was steeds na hem aan de beurt en stond dichtbij hem in de buurt, mezelf droog warm te slaan. De pitch was hard, recht over de plaat en Wieger maaide met de knuppel in de rondte… met diens verstande dat hij de bal raakte en een honkslag produceerde. Werkelijk een prachtige honkslag. Met lompe passen en met de knuppel nog in de hand probeerde hij het eerste honk te bereiken.

‘Hup Wieger,’ riep ik nog, toen hij de aluminium knuppel plotseling met een wilde zwaai weggooide. Ik kon hem onmogelijk ontwijken en hij explodeerde in mijn onderbuik,tenminste zo leek en voelde het. Ik heb gejankt als een klein kind, wat deed het pijn. Nooit heb ik nadien meer medelijden gehad met Wieger en even vond ik honkbal een vreselijke sport. Het zijn jeugdherinneringen die ik nooit meer vergeet. Als ik honkbal op tv zie, moet ik er altijd aan denken. En zie ik die knuppel als het ware weer op me afkomen…

Delen is sportief

Reacties (0)




Archief